Groene binnenstad
In Mechelen wordt een groenstrategie op twee sporen uitgewerkt:grootschalige groenstructuren ontwikkelen waar mogelijk
strategisch kleinschalige groenimpulsen verspreiden over het stadsweefsel
Het eerste spoor is het maximaal benutten van een aantal grote, vooral perifeer gelegen publieke ruimte-entiteiten: de waterlopen (Leuvense Vaart, Dijle en Afleidingsdijle), de Kruidtuin, de zuidelijke Vesten (tot aan het Rode-Kruisplein), enzovoort
Het tweede spoor is het strategisch inplanten van kleinschalige groenimpulsen over de stad. De vorm of ruimtelijke vertaling ervan gebeurt als volgt:
Ontwikkelen van groene lijnen, zoals bermen en begeleidende beplanting langs wegen. In de binnenstad zijn weinig ruimtelijke mogelijkheden om lineaire groenstructuren te ontwikkelen. Uitzondering hierop zijn bijvoorbeeld de brede boulevards (Leopoldstraat, H. Consciencestraat)
Creëren van groene vlakken. Doorheen de binnenstad worden vlakken aangebracht die op een beperkte oppervlakte groen op een beeld- en ruimtestructurerende wijze aanbrengen. De invulling van de vlakken is uiteenlopend: bomengroepen, plantvakken voor struiken, plantenbakken met bloemen of een combinatie ervan
Inplanten van punten of solitaire groenelementen (bomen, plantenbakken…). Dit wordt echter zo weinig mogelijk gedaan. Men geeft de voorkeur aan open vlakte, die een grotere structurerende waarde heeft. Bijgevolg wordt het solitair groenelement vooral bekeken als het al een waardevolle functie heeft (bv. een grote boom)
Plekgerichte aanpak op specifieke locatie
Via deze twee sporen wordt gestreefd naar een eindbeeld waarbij kleine ingrepen en grotere groenstructuren de stad een groene uitstraling geeft.




