Beeldkwaliteitplan - Publieke ruimte binnenstad en stationsomgeving.
Met het 'Beeldkwaliteitplan - Publieke ruimte binnenstad en stationsomgeving Mechelen' (2005) heeft de stad een duidelijke visie voor de publieke ruimte vastgelegd. Deze visie streeft naar een leefbare, aantrekkelijke en groene binnenstad.
Leefbare binnenstad
Een esthetische en kwalitatieve publieke ruimte ondersteunt de woonkwaliteit en versterkt de woonfunctie. Dit wordt in het beeldkwaliteitplan vertaald door een specifieke aandacht voor:
- een veilige verkeersafwikkeling in overeenstemming met het profiel van de wijk
- het gebruik door de zwakke weggebruiker
- het wonen als hoofdfunctie in het binnenstedelijk weefsel
- het bieden van potenties voor gebruik door de verschillende doelgroepen (kinderen, bejaarden, mindervaliden, enz.)
- een vormgeving (materiaal- en elementenkeuze) die het kwaliteitstreven voor de woonomgeving expliciteert
Aantrekkelijke binnenstad
In eerste instantie wordt een consistent assortiment aan materialen, elementen en inrichtingsprincipes ontwikkeld. Met materialen en elementen worden de afzonderlijke onderdelen van de publieke ruimte bedoeld: de verhardingsmaterialen, het straatmeubilair, de verlichtingsarmaturen, het groenassortiment, enzovoort.
Specifieke inrichtingsprincipes bekijken de materialen en elementen in hun onderlinge samenhang. Het is de detaillering en compositie van de publieke ruimte.
Naast het nastreven van herkenbaarheid en samenhang is er ook nood aan differentiatie. Wijken, straten en plekken verschillen. Een winkelwandelgebied in het historisch centrum vertoont andere eigenschappen en noden dan een straat in een woonwijk.
Groene binnenstad
grootschalige groenstructuren ontwikkelen waar mogelijk
strategisch kleinschalige groenimpulsen verspreiden over het stadsweefsel
Het eerste spoor is het maximaal benutten van een aantal grote, vooral perifeer gelegen publieke ruimte-entiteiten: de waterlopen (Leuvense Vaart, Dijle en Afleidingsdijle), de Kruidtuin, de zuidelijke Vesten (tot aan het Rode-Kruisplein), enzovoort
Het tweede spoor is het strategisch inplanten van kleinschalige groenimpulsen over de stad. De vorm of ruimtelijke vertaling ervan gebeurt als volgt:
Ontwikkelen van groene lijnen, zoals bermen en begeleidende beplanting langs wegen. In de binnenstad zijn weinig ruimtelijke mogelijkheden om lineaire groenstructuren te ontwikkelen. Uitzondering hierop zijn bijvoorbeeld de brede boulevards (Leopoldstraat, H. Consciencestraat)
Creëren van groene vlakken. Doorheen de binnenstad worden vlakken aangebracht die op een beperkte oppervlakte groen op een beeld- en ruimtestructurerende wijze aanbrengen. De invulling van de vlakken is uiteenlopend: bomengroepen, plantvakken voor struiken, plantenbakken met bloemen of een combinatie ervan
Inplanten van punten of solitaire groenelementen (bomen, plantenbakken…). Dit wordt echter zo weinig mogelijk gedaan. Men geeft de voorkeur aan open vlakte, die een grotere structurerende waarde heeft. Bijgevolg wordt het solitair groenelement vooral bekeken als het al een waardevolle functie heeft (bv. een grote boom)
Plekgerichte aanpak op specifieke locatie
Via deze twee sporen wordt gestreefd naar een eindbeeld waarbij kleine ingrepen en grotere groenstructuren de stad een groene uitstraling geeft.
-
Info diensten






