Lang geleden omringde een indrukwekkende stadsmuur met 12 stadspoorten en meerdere torens onze stad. In de vroege 11e eeuw werd de eerste omwalling gebouwd uit aarde. Door de groei van de stad volgde een grotere omwalling in de tweede helft van de 13e eeuw. Aan het einde van de 14e eeuw bestond ze volledig uit steen. Later plaatste men ook kanonnen en andere verdedigingstechnieken op de omwalling.
Stadsgracht
Rondom de stadsomwalling stroomde een stadsgracht. Enkel via bruggen kon je toen de stad bereiken. Die doorgangen werden bewaakt door een stadspoort, die de stad kon afsluiten door de bruggen op te halen. De Mechelse stadsgrachten waren ook een belangrijke handelsroute voor boten.
Mechelen beschikte over een watermolencomplex dat ook de waterstand van de stadsgracht regelde. Bij gevaar van buitenaf pompte men het water van de Dijle buiten de stad naar de stadsgracht. Op deze manier kreeg je een soort moeraslandschap waardoor het onmogelijk was om de stad binnen te varen. Door het aanleggen van de Afleidingsdijle (1893-1907) werden al deze molens afgebroken. Enkel de Volmolen bleef gespaard. Je vindt er vandaag café ViaVia in de Kruidtuin.
In de 19e en 20e eeuw werd de zuidelijke halve grachtring opgevuld. De noordelijke grachtring werd verbreed en aangelegd als de Afleidingsdijle.
Macht en welvaart
Naast veiligheid speelde ook prestige een rol. De stadsomwalling vormde de harde grens tussen stad en platteland. Hoog oprijzende poorten en stevige muren bevestigden de voorspoed en macht van de stad en maakten indruk op naderende reizigers en andere machten. Daardoor werden de poorten zeer mooi afgewerkt: soms zijn het bijna kleine kastelen.
Prachtige boulevards, groene pleinen en parken
Een gewijzigde oorlogsvoering aan het begin van de 19e eeuw, maakte stadsmuren overbodig. De omwalling en vele legergebouwen moesten aangepast worden. Zo brak men grote stukken van de muur en een aantal poorten af vanaf de 19e eeuw. Maar de afbraak van de poorten, muren en de opvulling van de grachten had ook een andere functie: het aangenamer en mooier maken van de stad. Zo werden er op de plek van de afgebroken stadsmuren en -poorten prachtige boulevards, groene pleinen en parken aangelegd. Daarop stonden talrijke bomen zoals olmen, lindebomen, eiken en canadapopulieren. Het werd een ontmoetingsplek.
Door de jaren heen werden de vesten steeds meer aangepast aan het toegenomen gemotoriseerd verkeer. Ook verschillende tramlijnen liepen langs en door de stad. Groen maakte plaats voor asfalt. En fietsers en voetgangers kregen steeds minder ruimte op de vesten. Met de Nieuwe Vesten willen we dat evenwicht herstellen. Er blijft voldoende ruimte voor gemotoriseerd verkeer. Tegelijk geven we fietsers, voetgangers en het openbaar vervoer meer en daarbij een veiligere ruimte. De vesten worden opnieuw groener.
Lees meer over de historiek van de vesten en de stadspoorten