Om bomen en hagen te planten in je tuin heb je geen omgevingsvergunning nodig. Toch dien je hierbij rekening te houden met een aantal wettelijke bepalingen. Vanaf 1 september 2021 trad een volledig vernieuwd goederenrecht in werking.

Dit nieuwe goederenrecht is te vinden in deel 3 van het Burgerlijk Wetboek. Hierin is een hele titel gewijd aan ‘Burenrelaties’. De artikelen 3.133 en 3.134 gaan over beplantingen.

Volgende bepalingen uit het veldwetboek werden opgeheven: 
  1° de artikelen 29 tot 34;   artikel 35, gewijzigd bij de wet van 8 april 1969;   artikel 36;  artikel 37; artikel 38, gewijzigd bij de wet van 8 april 1969;   artikel 39.

Art. 3.133. Afstanden van beplantingen

Alle beplantingen moeten minimaal op de hierna bepaalde afstanden van de perceelsgrens staan, tenzij indien partijen hierover een contract hebben gesloten of indien de beplantingen al meer dan dertig jaar op dezelfde plaats staan.

De in het eerste lid bedoelde afstand bedraagt voor bomen die minstens twee meter hoog zijn,  twee meter te rekenen vanaf het midden van de voet van de boom en voor de andere bomen, struiken en hagen een halve meter.

De nabuur kan de snoeiing of rooiing eisen van de beplantingen die op een kortere afstand zijn aangebracht, tenzij de rechter van oordeel is dat zulks rechtsmisbruik uitmaakt. De rechter houdt bij dat oordeel rekening met alle omstandigheden van het geval, met inbegrip van het algemeen belang.

De nabuur kan zich evenwel niet verzetten tegen de aanwezigheid van beplantingen die niet hoger reiken dan de afsluiting tussen de percelen. Gaat het in dat geval om een niet-gemene afsluiting, dan heeft de eigenaar het recht deze als steun voor zijn beplantingen te gebruiken.

Art. 3.134. Overhangende takken en wortels

Indien een eigenaar van beplantingen waarvan de takken of wortels doorschieten over de perceelsgrens, nalaat de doorschietende takken of wortels te verwijderen binnen zestig dagen na een ingebrekestelling per aangetekende zending van de nabuur, kan deze laatste eigenmachtig, op kosten van de eigenaar van de beplantingen, deze takken of wortels wegsnijden en zich toe-eigenen.

Als de nabuur het doorschietende zelf wegsnijdt, draagt hij zelf het risico voor de schade die hij aan de beplantingen toebrengt. Hij kan eveneens eisen dat de eigenaar dit wegsnijdt, tenzij de rechter van oordeel is dat zulks rechtsmisbruik uitmaakt. De rechter houdt bij dat oordeel rekening met alle omstandigheden van het geval, met inbegrip van het algemeen belang. Het recht om de verwijdering te eisen, kan niet uitdoven door verjaring.

Vruchten die op natuurlijke wijze van de bomen op een aanpalend onroerend goed vallen, behoren toe aan degene die het genot van dit laatste onroerend goed heeft.

 

Artikel 65 (uit stedenbouwkundige verordering Stad Mechelen)

  • Het plaatsen van knotbomen of knotbomenrijen op minder dan 2 m van de perceelsgrens wordt beschouwd als een vast en erkend gebruik. Knotbomen kunnen heraangeplant worden op minder dan 2 m van de perceelsgrens. De bepaling van de afstand tot de perceelsgrens is afhankelijk van het lokale gebruik.
  • Het plaatsen van leibomen op minder dan 2 m van de perceelsgrens wordt beschouwd als een vast en erkend gebruik. Leibomen kunnen heraangeplant worden op minder dan 2 m van de perceelsgrens en op minimum 0,75 m van de perceelsgrens.
  • Fruitbomen van welke soort ook mogen als leibomen, aan elke kant van de muur tussen twee erven, geplant worden zonder dat een afstand in acht wordt genomen. Is die muur niet gemeen, dan heeft alleen de eigenaar het recht hem als steun voor zijn leibomen te gebruiken

Problemen rond de hoogte van bomen en hagen

Heb je problemen met je buur rond plantafstanden en hoogtes van bomen of hagen?

Zoek eerst zelf op of je in een BPA (bijzonder Plan van Aanleg), RUP (Ruimtelijk Uitvoeringsplan) of in een verkaveling ligt. Deze plannen herbergen soms voorschriften rond je vraag. Lees deze eerst na.

Indien deze voorschriften er niet zijn, dan val je terug op de wettelijke bepalingen zoals hierboven beschreven.

 

  • Sommige rechtspraak stelt een aantal determinerende factoren voorop om uit te maken of een boom hoogstammig is, onder andere de ontwikkeling die men normaal verwacht van de beplanting bij volle wasdom en de omvang van de lastverwekkende eigenschappen die men verwacht, zoals de hoogte van de bomen, de kroonvorming en de wortelvorming.
  • Andere rechtspraak stelt eenvoudiger dat men beplantingen met een hoogte van meer dan drie meter als hoogstammig moet beschouwen.
  • Nog andere rechtspraak stelt dan weer dat een boom die van nature hoogstammig is, als laagstammig kan worden beschouwd als hij gedurende zijn ontwikkeling kort wordt gehouden en slechts tot maximaal 2,5 tot 3 meter uitgroeit.
  • Het is dus steeds een feitenkwestie of een boom al dan niet als hoogstammig beschouwd moet worden.
  • Rond de hoogte van coniferenhagen zijn er wel een aantal uitspraken van de rechtbank, bijvoorbeeld: Worden coniferen als hoogstammige bomen aanzien? Een aantal densoorten vormen een haag en kunnen hoogtes behalen van 3 meter en meer. Coniferen kunnen in de regel op een afstand van een halve meter van de scheidingslijn geplaatst worden voor zover hun hoogte beperkt wordt tot 2 meter (Vredegerecht Bree 18.03.2010, tijdschrift van de vrederechter, 2012, 446). Zolang de coniferen kunnen aanzien worden als een levende haag maken zij geen hoogstammige bomen uit. (Dit vonnis van de vrederechter werd bevestigd door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Tongeren op 16.01.2012.)

Discussies hierrond worden in het uiterste geval beslecht door het plaatselijke Vredegerecht (Voochtstraat 7, 2800 Mechelen, 015 28 83 90).

De dienst Natuur- en groenontwikkeling kan je enkel wegwijs maken in het bovenstaande. Vooraleer je naar de vrederechter stapt, kan je eventueel je wijkagent of de dienst burenbemiddeling van de Stad Mechelen vragen om te bemiddelen.

Indien deze stappen niet lukken, dien je de vrederechter te raadplegen.