Om bomen en hagen te planten in je tuin heb je geen stedenbouwkundige vergunning nodig. Toch dien je hierbij rekening te houden met een aantal wettelijke bepalingen uit het veldwetboek.

Bomen

  • Hoogstammige bomen mogen slechts op een door vast en erkend gebruik bepaalde afstand geplant worden. Wanneer dergelijk gebruik niet bestaat, mogen hoogstammige bomen tot op 2 meter van de perceelsgrens geplaatst worden.
  • Voor laagstammige bomen dient een afstand van minimum 0,5 m van de perceelsgrens in acht genomen te worden.
  • Fruitbomen van eender welke soort mogen als leibomen, aan elke kant van de muur tussen twee erven, geplant worden zonder dat een afstand in acht wordt genomen. Is die muur niet gemeen, dan heeft alleen de eigenaar het recht hem als steun voor zijn leibomen te gebruiken.
  • Als de plantafstanden rond bomen niet gerespecteerd worden, heeft de buur het recht om het rooien van de boom te eisen. De eigenaar dient hiervoor wel steeds een 'stedenbouwkundige vergunning voor het kappen van bomen' aan te vragen indien de bomen vergunningsplichtig zijn.
  • Wanneer er overhangende takken van bomen of hagen van de buren over je perceel hangen, moeten de buren deze op jouw verzoek snoeien. Je mag ze echter niet zelf snoeien, de bomen of struiken zijn immers niet jouw eigendom. Dit geldt echter niet voor wortels van beplantingen. De buur heeft altijd het recht om wortels die op zijn eigendom doorschieten, weg te kappen.
  • Vruchten die op het perceel van de buur vallen zijn wettelijk gezien voor hem. Zolang ze aan de boom hangen zijn ze echter van de eigenaar van de boom.

Levende hagen

  • Voor het plaatsen van een levende haag heb je geen stedenbouwkundige vergunning nodig. Een haag mag op de scheiding geplaatst worden als beide buren het hiermee eens zijn. In dat geval onderhouden beide buren de haag. In alle andere gevallen moeten hagen op minimum 0,5 m van de perceelsgrens staan.

Artikel 65 (uit stedenbouwkundige verordering Stad Mechelen)

  • Het plaatsen van knotbomen of knotbomenrijen op minder dan 2 m van de perceelsgrens wordt beschouwd als een vast en erkend gebruik. Knotbomen kunnen heraangeplant worden op minder dan 2 m van de perceelsgrens. De bepaling van de afstand tot de perceelsgrens is afhankelijk van het lokale gebruik.
  • Het plaatsen van leibomen op minder dan 2 m van de perceelsgrens wordt beschouwd als een vast en erkend gebruik. Leibomen kunnen heraangeplant worden op minder dan 2 m van de perceelsgrens en op minimum 0,75 m van de perceelsgrens.
  • Fruitbomen van welke soort ook mogen als leibomen, aan elke kant van de muur tussen twee erven, geplant worden zonder dat een afstand in acht wordt genomen. Is die muur niet gemeen, dan heeft alleen de eigenaar het recht hem als steun voor zijn leibomen te gebruiken

Overlast

De nabuur kan het kappen eisen van bomen, hagen, heesters en struiken die op een kortere afstand geplant zijn dan de wet bepaalt. In drie uitzonderlijke gevallen kan hiervan afgeweken worden: in het geval van een 30-jarige verjaring, een titel, of een bestemming van de huisvader.
 
  • Staan de bomen reeds 30 jaar ter plaatse? Dan heeft de eigenaar door verjaring het recht verkregen ze te behouden op de onwettelijke afstand.
  • De eigenaar kan ook door een titel (bv. een overeenkomst) het recht verkregen hebben om bomen op de onwettige afstand te bezitten.
  • De term 'bestemming van de huisvader' betekent dat bomen, heesters of hagen geplant werden toen de twee aangrenzende erven nog aan dezelfde eigenaar toebehoorden. 

Problemen rond de hoogte van bomen en hagen

Heb je problemen met je buur rond plantafstanden en hoogtes van bomen of hagen?

Zoek eerst zelf op of je in een BPA (bijzonder Plan van Aanleg), RUP (Ruimtelijk Uitvoeringsplan) of in een verkaveling ligt. Deze plannen herbergen soms voorschriften rond je vraag. Lees deze eerst na. 

Indien deze voorschriften er niet zijn, dan val je terug op het veldwetboek (zie hierboven). Maar het veldwetboek zegt echter niets over de de maximale hoogte van hagen of bomen.

Het Veldwetboek bevat geen definitie voor het begrip ‘hoogstammig’ en ook de rechtspraak is niet eenduidig.

  • Sommige rechtspraak stelt een aantal determinerende factoren voorop om uit te maken of een boom hoogstammig is, onder andere de ontwikkeling die men normaal verwacht van de beplanting bij volle wasdom en de omvang van de lastverwekkende eigenschappen die men verwacht, zoals de hoogte van de bomen, de kroonvorming en de wortelvorming.
  • Andere rechtspraak stelt eenvoudiger dat men beplantingen met een hoogte van meer dan drie meter als hoogstammig moet beschouwen.
  • Nog andere rechtspraak stelt dan weer dat een boom die van nature hoogstammig is, als laagstammig kan worden beschouwd als hij gedurende zijn ontwikkeling kort wordt gehouden en slechts tot maximaal 2,5 tot 3 meter uitgroeit.
  • Het is dus steeds een feitenkwestie of een boom al dan niet als hoogstammig beschouwd moet worden.
  • Rond de hoogte van coniferenhagen zijn er wel een aantal uitspraken van de rechtbank,  bijvoorbeeld: Worden coniferen als hoogstammige bomen aanzien? Een aantal densoorten vormen een haag en kunnen hoogtes behalen van 3 meter en meer. Coniferen kunnen in de regel op een afstand van een halve meter van de scheidingslijn geplaatst worden voor zover hun hoogte beperkt wordt tot 2 meter (Vredegerecht Bree 18.03.2010, tijdschrift van de vrederechter, 2012, 446). Zolang de coniferen kunnen aanzien worden als een levende haag maken zij geen hoogstammige bomen uit.  (Dit vonnis van de vrederechter werd bevestigd door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Tongeren op 16.01.2012.)

Discussies hierrond worden in het uiterste geval beslecht door het plaatselijke Vredegerecht (Voochtstraat 7, 2800 Mechelen, 015 28 83 90). 

De dienst Natuur- en groenontwikkeling kan je enkel wegwijs maken in het bovenstaande. Vooraleer je naar de vrederechter stapt, kan je eventueel je wijkagent of de dienst burenbemiddeling  van de stad Mechelen vragen om te bemiddelen.

Indien deze stappen niet lukken, dien je de vrederechter te raadplegen.