Voor wie?

De schoolcoördinator spreekt in overleg met de klasleerkracht en de ouders af welke kinderen het meeste nood hebben aan het werken aan welbevinden. De focus ligt op kwetsbare leerlingen van het basisonderwijs en de eerste graad secundair onderwijs die baat zouden hebben bij extra naschoolse ondersteuning. Dit wordt met de ouders goed afgestemd.

Belangrijk zijn de volgende criteria:

  • laag welbevinden door oorzaken binnen en buiten de school
  • gemotiveerd om aan het project deel te nemen
  • weinig of geen ondersteuning thuis, tijdelijk of permanent
  • nood aan rust en een luisterend oor
  • nood aan een supporter op vlak van zelfbeeld en assertiviteit