Visie Stad Mechelen

Ontharding en het beperken van nieuwe verhardingen dragen bij aan de doelstelling van Stad Mechelen om te evolueren naar een Klimaatneutrale stad. Daarnaast speelt ontharding in op de vier pijlers van het Klimaatactieplan Mechelen: goede lucht, koele stad, sterke natuur en droge voeten.

Minder verharding betekent simpelweg meer oppervlakte voor groene ruimte in brede zin. Bomen, heesters en struiken, maar ook lage begroeiing:

  • zuiveren de lucht (goede lucht);
  • bieden verkoeling door hun schaduwwerking en verminderen het stedelijke hitte-eiland-effect (koele stad);
  • vangen regenwater op, houden het vast en geven het weer af wanneer het nodig is (droge voeten);
  • zorgen ervoor dat overtollig regenwater langzaam kan infiltreren in de bodem. Dit leidt tot
    • een hogere grondwatertafel, waardoor de bodem en de natuur minder snel uitdrogen tijdens droogteperiodes (sterke natuur);
    • minder kans op overstromingen tijdens hevige buien, doordat regenwater niet direct massaal via verhardingen en het riool naar de beken en rivieren wordt afgevoerd (droge voeten);
  • zorgen voor meer biodiversiteit;
  • dragen bij tot een hogere beeldkwaliteit.

Een beperking van het aandeel verharde oppervlakten heeft dus heel veel positieve effecten. Daarom heeft de Stad onderstaande voorschriften opgenomen in haar algemene stedenbouwkundige verordening.

Definitie verharding

De natuurlijke bodem (plaatselijk) op een kunstmatige manier afdekken om het weerstandsvermogen of gebruiksgemak van de bodem te vergroten, maar waardoor de natuurlijke toestand en de waterdoorlaatbaarheid van de bodem wordt beperkt.

Voorbeelden van verhardingen zijn:

  • waterdoorlatende verharding (al dan niet waterdoorlatende fundering)
  • asfalt
  • beton
  • klinkers/zware tegels/dals
  • kiezel
  • dolomiet
  • (natuur)steen
  • folies
  • zwembad / zwemvijver
  • tuinterras

Definitie bijgebouw

Op zichzelf staande kleine gebouwen in tuinzones zoals bijvoorbeeld:

  • Tuinhuis
  • Tuinkamer
  • pool house
  • carport
  • garage
  • terrasoverkapping
  • prieel
  • serre

Beperken van verhardingen en bijgebouwen (artikel 30)

Waterdoorlatend

Alle nieuwe verhardingen worden waterdoorlatend aangelegd, inclusief hun funderingen. Een waterdoorlatende verharding mag niet aangesloten worden op het rioleringsstelsel.

Onderstaande verhardingen mogen ook niet-waterdoorlatend worden aangelegd:

  • Trappen of hellingen die nodig zijn om een gebouw te bereiken
  • Terrassen in de tuinzones
  • Zwembaden of (zwem)vijvers
  • Privatieve opritten en rijwegen van functies anders dan wonen
  • Autoparkeerplaatsen en verhardingen in functie van personen met een handicap of hulpbehoevenden
  • Parkeerplaatsen voor vrachtwagens
  • Verhardingen in functie van de opvang van schadelijke stoffen voor het milieu.

Hemelwater dat op een niet-waterdoorlatende verharding valt, moet kunnen infiltreren in een naastgelegen onverharde groenzone, tenzij het hemelwater sterk verontreinigd wordt (milieu-impact).

Dubbelgebruik

Dubbel gebruik van verhardingen wordt zoveel als mogelijk toegepast en voor zover dit mogelijk is.

Bijvoorbeeld: een oprit kan ook dienst doen als looppad of een autoparkeerplaats, een terras kan ook dienst doen als looppad, enzovoort.

Nieuwe opritten

  • bij een eengezinswoning worden aangelegd als karrenspoor
  • zijn maximaal 3m breed bij enkele rijrichting
  • zijn maximaal 6m breed bij dubbele rijrichting of bij hoge verkeersintensiteit of vrachtvervoer

Voor industrie en bedrijvigheid kunnen bredere opritten of rijwegen worden toegestaan wanneer dit noodzakelijk is voor hun bedrijfsvoering, het beoogde vrachtvervoer, de (verkeers)veiligheid, enzovoort.

Voortuinen

In voortuinen zijn de onderstaande verhardingen en bijgebouwen toegelaten:

  • De strikt noodzakelijke looppaden, opritten of rijwegen om de gebouwen of autoparkeerplaats(en) te bereiken
  • Maximaal één autoparkeerplaats in de vorm van een karrenspoor bij een rijwoning zonder parkeergelegenheid en met een voortuin van minimaal 5,50 meter diep
  • Meerdere autoparkeerplaatsen bij:
    • vrije beroepen;
    • handelszaken;
    • ambachten;
    • kantoren en diensten;
    • industrieën;
    • bedrijvigheid;
    • recreatie;
    • gemeenschapsvoorzieningen;

en op voorwaarde dat ze als parkeercluster met één duidelijke in- en uitrit worden ingericht en dat de voortuin er niet volledig door wordt verhard.

  • een kleinschalige fietsenstalling bij een rijwoning (lichte constructie, zo laag mogelijk en ingebed in groen). Zie ook artikel 31 van de verordening.
  • strikt noodzakelijke bijgebouwen in functie van de bedrijfsvoering, bijvoorbeeld een poortgebouw bij een bedrijf.

Zijtuinen

In zijtuinen zijn de onderstaande verhardingen en bijgebouwen toegelaten:

  • de strikt noodzakelijke looppaden en maximaal één oprit of rijweg om gebouwen of autoparkeerplaats(en) te bereiken;
  • autoparkeerplaats(en);
  • een fietsenstalling, garage of carport;
  • een tuinhuis;
  • een tijdelijke verplaatsbare unit voor zorgwonen of tijdelijk wonen

Achtertuinen

Nieuwe opritten, rijwegen, garages, carports of open autoparkeerplaatsen zijn niet toegestaan in achtertuinen, tenzij:

  • er een (parkeer)straat grenst aan de achterzijde van het perceel
  • ze horen bij industrie of bedrijvigheid

Bij woonfuncties heeft men voorts de vrije keuze welke verhardingen of bijgebouwen men voorziet in een achtertuin, zolang de totale oppervlakte ervan beperkt blijft tot:

  • voor achtertuinen tot 60 m²: maximaal 20 m²;
  • voor achtertuinen groter dan 60 m²: maximaal 1/3 van de achtertuinoppervlakte met een maximale totale oppervlakte aan verhardingen en bijgebouwen van 100 m²

Een tijdelijke verplaatsbare unit voor zorgwonen of tijdelijk wonen en bijhorende noodzakelijke verhardingen moet je niet meetellen.

Bestaande vergunde verhardingen en bijgebouwen die niet voldoen aan bovenstaande maxima kunnen behouden blijven. Wanneer deze heraangelegd of gewijzigd worden in oppervlakte dienen ze wel te voldoen aan deze maxima.

Bij functies anders dan wonen zijn in de achtertuinen alleen de strikt noodzakelijk verhardingen en bijgebouwen toegestaan in functie van de bedrijfsvoering.

Omgevingsvergunning nodig?

Je project kan vrijgesteld, meldingsplichtig of vergunningsplichtig zijn, afhankelijk van de bestaande / vergunde toestand en de aard en schaal van de geplande werken. Het hangt dus sterk af van de situatie en het project.

In deze gevallen heb je wel een omgevingsvergunning nodig (niet limitatief):

  • als je afwijkt van de bovenstaande voorschriften
  • als je meer dan 80m² bestaande en nieuwe verhardingen hebt in je zijtuin en achtertuin
  • als hemelwater dat op je verhardingen valt niet kan infiltreren in de bodem op je eigen perceel (dus als je de verhardingen aansluit op het rioleringsstelsel)

Voor een tuinhuis, een garage of carport of een zwembad of zwemvijver kan je specifieke beslissingsbomen doorlopen.

Niet gevonden wat je zocht? Of bijkomende info nodig?

Contacteer de bouwdienst voor meer informatie.